Scholekster

zomervogel

1111 waarnemingen, 88.538 vogels

Het grote aantal waarnemingen laat zien dat de Scholekster een algemene verschijning is rond de Groote Wielen. De vogels arriveren vaak al in februari vanuit het Waddengebied, waar ze overwinteren. In de aanloop en ook nog tijdens de broedtijd fungeren de zomerpolders in de Ryptsjerksterpolder als pleister- en slaapplaatsen voor de latere broedvogels in en buiten het Groote Wielengebied. De aantallen Scholeksters bij de Groote Wielen zijn vanaf de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw gestaag toegenomen. Het hoogtepunt lag in de jaren tachtig en negentig. Daarna is de soort als doortrekker en al eerder als broedvogel sterk afgenomen. 

meer info

Zoeken
Generic filters
Exact matches only
Search in title
Search in content
Search in excerpt
Filter by Categorieën
Vogels

Aantalsontwikkeling (gemiddelde jaarmaxima)
 met 3-jarig lopend gemiddelde

Voorkomen gedurende het jaar  –  verdeling over de maanden

In de onderzoeksperiode zijn de aantallen getelde Scholeksters in het Groote Wielengebied tot in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw sterk toegenomen. Na de eeuwwisseling zette een afname in die de laatste jaren stabiliseert. De Scholekster pleisteren en slapen in de zomerpolders van de Ryptsjerksterpolder, meestal in enkele groepen dicht opeen. Deze ‘sozen’ bestaan uit vogels die in een ruime omgeving kunnen gaan broeden. Het grootste aantal van 1700 Scholeksters is geteld op 14 maart 1998. Tegenwoordig komen de aantallen krap boven de 100. Van januari tot in augustus worden Scholeksters gezien met maart als topmaand. In september tot en met december wordt de Scholekster zelden waargenomen; meestal gaat het dan om één of twee vogels.

Broedvogel

 

De Scholekster broedt aan beide zijden van de Wielen. In de jaren tachtig en negentig behoorde de Scholekster met in 1991 alleen al in de Binnemiede/ Weeshuispolder 166 broedparen tot de talrijkste broedvogels van het Groote Wielengebied. Dat is nu geheel anders; in diezelfde polders blijft de laatste jaren het aantal broedparen beneden de 10. Een dergelijke trend heeft zich in heel Nederland voorgedaan. Als belangrijke boosdoeners worden aangemerkt de steeds verder gaande intensivering van het agrarische gebied en de verslechterde voedselsituatie in de Waddenzee, waar de meeste Scholeksters overwinteren. Weidevogelreservaten kunnen als eilandjes te midden van het intensieve boerenland deze trend niet keren. Het Groote Wielengebied is viermaal in zijn geheel geïnventariseerd. Duidelijker kan de teloorgang als broedvogel niet worden geïllustreerd. 

 

2000 2005 2010 2017
70 47 30 9

Broedterritoria in 2010

weidevogels Binnemiede en Weeshuispolder – langlopende reeks broedparen Scholekster (BMP) 

 

foto Astrid Kant