Nijlgans

jaarvogel

500 waarnemingen, 2087 vogels

 

Nijlganzen zijn een gangbare verschijning geworden in het Groote Wielengebied. Sinds enkele tientallen jaren zijn exoten sterk in aantal toegenomen; zo ook de Nijlgans. De soort doet het goed als broedvogel en wintergast, maar de aantallen zijn vaak op de vingers van twee handen te tellen. Overdag grazen ze op nabije graslanden en in de winter slapen ze samen met met vele duizenden andere ganzen in de Ryptsjerksterpolder. Ze liggen niet goed in de opinie van sommige beheerders en publiek, maar dat lijkt nergens op gebaseerd of het zou hun luidruchtigheid zijn.

 

meer info

Zoeken
Generic filters
Exact matches only
Search in title
Search in content
Search in excerpt
Filter by Categorieën
Vogels

Aantalsontwikkeling (gemiddelde jaarmaxima)
 met 3-jarig lopend gemiddelde

Voorkomen gedurende het jaar  –  verdeling over de maanden

In de loop van de jaren negentig van de vorige eeuw werden de eerste Nijlganzen gezien rond de Groote Wielen. Elders in Nederland, met name Zuid-Holland, was dat al eerder het geval, in de jaren zeventig. Het voorkomen gedurende het jaar is tamelijk constant. Mogelijk worden Nijlganzen in maart en april wat meer waargenomen vanwege hun dan opvallende, luidruchtige gedrag voor (aanvang van) de broedtijd. De aantallen in het Groote Wielengebied zijn vrij beperkt. Zelden worden groepen van 15 0f meer vogels aangetroffen. Op 15 november 2003 werd het grootste aantal van 30 Nijlganzen geteld.

Broedvogel

 

Nijlganzen broeden in boomholtes, onder struikgewas en in oude boomnesten. Naar schatting broeden er zo’n 4-8 Nijlgans-paren rond de Groote Wielen. De territoria bevinden zich vooral in de moerasgebieden van de Ryptsjerksterpolder. Maar ook in de Kobbekooi kunnen één of twee paren broeden. Opvallend is dat na de broedtijd soms nog vrij lang oudervogels met een toom jongen op kleinere plassen verblijven. 

 

2000 2005 2010
4 3 7

Broedterritoria in 2010

foto Jappie Seinstra