Kleine karekiet

zomervogel

270 waarnemingen, 1834 vogels

 

Als een van de laatste broedvogels keert de Kleine karekiet uit Afrika terug naar het Groote Wielengebied rond de eerste week in mei. Het is een vogel van oeverzones, waar ze snel na aankomst het territorium uitzetten en verdedigen. Broeden kan plaatsvinden tot in juli. Je ziet ze vrijwel alleen in rietvegetaties. Na het broeden verdwijnen deze moerasvogeltjes vrij geruisloos van het toneel. 

 

meer info

Zoeken
Generic filters
Exact matches only
Search in title
Search in content
Search in excerpt
Filter by Categorieën
Vogels

Ontwikkeling in aantallen waarnemingen 

Voorkomen gedurende het jaar  – verdeling over de maanden

Kleine karekieten worden gezien (en vooral gehoord) van mei tot begin september. De waarnemingen slaan vooral op broedvogels. Die laten zich door hun gezang duidelijk horen en bij het omhoog kruipen in rietstengels ook zien. Broeden kan plaatsvinden tot in juli en soms augustus. In september en oktober kunnen nog wel doortrekkers aanwezig zijn, maar die onttrekken (behalve voor vogelringers) zich aan de waarneming. De Kleine karekiet heeft zich gezien de waarnemingen door de jaren heen uitstekend gehandhaafd. De meeste waarnemingen zijn gedaan tijdens broedvogelinventarisaties, soms vanuit de boot. Dat is te zien aan de pieken in het aantal waarnemingen rond 1980, 2005 en 2010.

Broedvogel

 

Het broeden vindt plaats in tussen rietstengels vastgemaakte nesten in oeverzones. De Kleine karekiet gebruikt het liefst riet dat in water staat, in oevers van meren en vaarten en langs sloten. De Kleine karekiet is één van de talrijkste broedvogels in het Groote Wielengebied. Het leefgebied is door de ruim 12 km oeverlengte langs de meren en vaarten ruimschoots aanwezig. Het gebied is drie keer integraal voor de soort geïnventariseerd. Uit die gegevens ziet het er naar uit dat de broedpopulatie tamelijk stabiel is door de jaren heen.

 

2000 2005 2010
137 155 127

Broedterritoria in 2010

foto Ruurd Jelle van der Leij